Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp* 's lands eerste arbeidsmarktfeuilleton."
Al dagen heerste er een zenuwachtige sfeer op kantoor. De mannen liepen met gespannen kaken over de gang, de dames met grote bange ogen. De pantry was de verzamelplaats voor steun. Er werd druk gesproken, op gedempte toon, gefluisterd bijna. Er werden dingen gezegd: ‘dan heb je hier verdomme 14 jaar de ballen uit je broek gewerkt…’ en ‘tsja, het is nu gewoon maar afwachten.’ Anderen trokken zich juist terug en doken met het hoofd in de laptop, werkten als paarden, verbeten, bezeten, alsof hun laatste dagen geteld waren, wat in sommige gevallen ook zo was.
Deze dag was het moment daar. Tien minuten zou ieder gesprek duren, niet langer. Er moest in veel gevallen slecht nieuws worden gebracht: zoals je een pleister van iemand z’n arm trekt. In één snelle beweging. Splinter zelf had de associatie met een dodelijke injectie.
Splinter, vandaag de boodschapper van het nieuws probeerde voor de gesprekken begonnen te mediteren. Hij concentreerde zich op z’n ademhaling en probeerde ‘gewoon’ te voelen wat er te voelen viel: een klamme rug, klamme handen, een droge mond en ondraaglijk zenuwachtig gevoel in z’n borst. Splinter voelde de aandrang ieder moment op te staan, z’n kantoortje uit te lopen, de gang op, naar de hal en zonder dag te zeggen tegen de receptioniste de deur uit, het parkeerterrein over en dan rennen. Rennen, gewoon rennen, zo hard en zo ver mogelijk. Rennen, tot je…
De deur ging open. François stapte naar binnen. Splinter hield z’n adem in. François nam bedeesd plaats op de stoel aan de andere kant van het bureau. Hij had Splinter nog niet in de ogen durven kijken. François mocht niet blijven. Over drie maanden zou de beste man moeten vertrekken. En dan ben je 54. Lekkere leeftijd om nog iets anders te zoeken. Zeker voor een man als François zou dat geen sinecure worden. Splinter keek François aan en dacht: zal ik het zeggen van z’n witte sokken? Dat andere sokken en een niet zo hoog opgetrokken broek z’n kansen op de arbeidsmarkt enorm zouden vergroten? Dat dat niet zozeer een kwestie van smaak is, maar meer eentje van leven en dood?
‘Welkom, François.’ Splinter trachtte zakelijk te klinken. ‘Hoe gaat het François? Heb je je draai thuis een beetje gevonden?’ Kut. Dit was niet goed. Direct de boodschap brengen. ‘Kijk je uit naar het WK? Jij woont toch in zo’n buurt waar ze alles oranje maken?’ François ontspande en zei, bijna opgetogen: ‘Ja, we gaan volgende week beginnen met de slingers!’ Splinter sloot z’n ogen voor een moment en zei toen ongemakkelijk: ‘Het ligt niet aan jou. En toch… over drie maanden loopt je contract af.’
François’ hand begon te trillen. Hij ademde zwaar. Plots stoof hij op waarbij z’n stoel naar achteren klapte. Een moment hield hij in, toen ging hij los. Hij schreeuwde: ‘Ik ga hier niet weg! Ik ga hier niet weg!’ François priemde z’n vinger bijna in het oog van Splinter: ‘ik ga hier niet weg, hoor je! Nooit!’ Hij pakte de stoel op en smeed hem richting Splinter die net op tijd kon wegduiken.
Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl
@johanstevens