Er is een nieuwe trend in werkgerelateerde aandoeningen. Na de burn-out, RSI en het Sick Building Syndrome hebben we nu last van rolstress…
De Vlaamse socioloog Christophe van Roelen kwam recent met het fenomeen 'rolstress' op de proppen: veel hoogopgeleiden lijden onder een te hoge werkdruk, overvolle agenda's en onvoorspelbare werkroosters. Ze hebben moeite met het combineren van werk en privé en met het blijven voldoen aan steeds toenemende verwachtingen.
Van Roelen onderzocht aan de Vrije Universiteit Brussel of de relatie tussen beroepsgebonden gezondheidsrisico's en gezondheidsklachten verschillend is voor mensen met een andere sociaal-economische positie - hooggeschoolden versus laaggeschoolden en leidinggevenden versus ondergeschikten. Rolstress bleek het centrale probleem bij leidinggevenden en hoger opgeleiden.
Het begrip rolstress komt uit het 'sociale stressmodel' van de jaren '70 en '80. Dat is gebaseerd op het idee dat mensen sociale wezens zijn die zich constant moeten aanpassen aan veranderende omgevingen en omstandigheden. Zij spelen daarom een aantal rollen: werknemer, collega, baas, echtgenoot, vriend, voorzitter van het wijkcomité, enzovoorts. Elke rol vraagt om een ander gedrag en verwachtingspatroon. Van Roelen: ‘Waar voorheen werd gedacht dat mensen bij voorkeur functioneren in een niet-veranderende omgeving, gaat deze benadering ervan uit dat verandering inherent is aan het sociale leven. Echter, om gezond te zijn moet de verandering verwerkt kunnen worden. In dat geval zorgt verandering voor het versterken van de eigenwaarde en relativeringsvermogen. Lukt het niet om veranderingen te verwerken, dan ontstaat er stress.’
Rolstress komt vooral bij hoogopgeleiden voor. Van Roelen: ‘Het probleem nu is dat het leven van hoogopgeleiden en leidinggevenden er totaal anders uitziet. Meer complexe functies, verschillende rollen binnen een baan en een boeiender maar veeleisender sociaal leven. Daardoor ontstaan er situaties van “roloverbelasting” (teveel rollen), “rolconflict” (leiding geven en toch nog collegiaal doen, of een veeleisende baan hebben en voor het huishouden zorgen) of “rolinconsequentie” (de verwachtingen en de resultaten zijn in contradictie).’
Het eerste symptoom van rolstress is een gevoel van ontevredenheid en spanning. Ook kunnen de kenmerken van een burn-out (fysiek en mentaal vermoeid, het gevoel de gestelde eisen niet meer te kunnen overzien) wijzen op rolstress. Van Roelen deed er niet specifiek onderzoek naar, maar waarschijnlijk horen ook andere klachten bij rolstress. ‘Denk aan verzuim en een gebrek aan motivatie, maar ook fysieke klachten zoals spierpijn en hoofdpijn.’
De oplossing ligt volgens Van Roelen in het arbobeleid, dat zich traditioneel vooral richt op de lagere sociale klassen. ‘Uitgangspunt is dat die mensen meer gezondheidsklachten ontwikkelen, omdat ze fysiek werk doen en weinig te zeggen hebben over de inrichting van het werk. Dit wordt vaak opgelost door iemand meer inspraak of afwisselende taken te geven. Maar voor de hoger opgeleiden of leidinggevenden die klagen over teveel werkeisen, brengt dat alleen maar een grotere emotionele belasting met zich mee. Om de kans op rolstress te vermijden, moeten bedrijven dus oppassen met het wegsnoeien van mensen, want de taken van de overblijvers worden steeds zwaarder. Heb aandacht voor de werk-privé-balans. En deel geen tegenstrijdige taken uit; hoe kun je baas spelen en even later gezellig als “een van de jongens” mee kletsen bij de koffieautomaat?’
Werknemers of leidinggevenden kunnen niet altijd zelf de werksituatie veranderen. ‘Wel kunnen zij hun gedachtegang veranderen om stress te reduceren’, zegt Van Roelen. ‘Veel mensen denken: als ik niet extra mijn best doe, dan vlieg ik eruit of maak ik geen promotie. Stressonderzoeker Johannes Siegrist heeft deze houding “overcommitment” genoemd - een gevaarlijk persoonlijkheidskenmerk voor de ontwikkeling van stress.’
Toch legt Van Roelen het grootste deel van de schuld bij de maatschappij. ‘We leven in toenemende mate met een ideaalbeeld van het perfecte leven. We streven naar de perfecte baan, een goede relatie, tal van boeiende hobby's, een uitgaansleven en kinderen die paardrijden, gitaarspelen, op scouting zitten én goede schoolresultaten behalen. Het streven naar dat “geluksrecept” levert soms meer ongeluk op dan we zelf wel denken.’
Door Loes Evers