Achtergrond: Voor en tegen: quotum voor topvrouwen

Voor en tegen: quotum voor topvrouwen

Een quotum van 40 procent vrouwen in commissariaat- en toezichtfuncties.  Daarvoor pleiten 200 topvrouwen in een manifest dat is verstuurd naar de Eerste en Tweede Kamer, het Kabinet en de sociale partners. Voorstander Bercan Günel is partner van headhuntersbureau Woman Capital en initiatiefnemer van het manifest. Tegenstander Marike Stellinga schreef het boek 'De mythe van het glazen plafond'.

Bercan Günel: 'Meer diversiteit is noodzakelijk'

Mevrouw Günel, lukt het vrouwen echt niet om op eigen houtje naar de top komen?
‘Zo wil ik het niet zeggen. Wat vrouwen niet lukt, is om de huidige masculiene bedrijfsculturen te doorbreken. Dat zijn hardnekkige culturen van risico's nemen, veel aandacht voor de korte termijn en weinig aandacht voor het maatschappelijke belang.’

Waar pleit u voor in het manifest?
‘Een combinatie van mannen en vrouwen is noodzakelijk. De maatschappij bestaat voor 50 procent uit vrouwen, die andere eigenschappen hebben dan mannen. De beslissingen die worden gemaakt aan de top zouden een weerspiegeling moeten zijn van de maatschappelijke verdeling. Bovendien is bewezen dat bedrijven met meer diversiteit in de top het beter doen.’

Hoe moet een quotum die diversiteit teweegbrengen?
‘Het kabinet moet alle beursgenoteerde bedrijven en publieke organisaties ertoe verplichten om binnen vijf jaar 40 procent vrouwen aan de top te hebben. Met het manifest hebben we een voorbeeld genomen aan Noorwegen, waar zo'n quotum eerder met groot succes werd ingevoerd.’

Wat moeten de sancties zijn voor bedrijven die het quotum niet halen binnen de deadline?
‘Dat laten we aan de Kamerleden over. Het manifest wordt eind oktober in de Tweede Kamer besproken. Het is dus even afwachten op de reactie.’

Waarom wordt er in het manifest bewust niet gepleit voor een quotum voor bestuursfuncties, maar voor commissariaat- en toezichtfuncties?
‘Met meer vrouwelijke commissarissen en toezichthouders worden vrouwen vanzelf zichtbaarder en kunnen ze invloed uitoefenen op de directiebenoemingen. Zodra er minimaal 40 procent vrouwen in toezichtsfuncties zit, ga je vanzelf zien dat er meer diversiteit ontstaat in besturen.’

Vindt u een quotum niet een wat drastische maatregel?
‘Ik moet toegeven dat ik het manifest met gemengde gevoelens opstelde. Natuurlijk vragen we liever niet om een quotum, maar we zien geen ander middel. Andere manieren zijn niet geslaagd. Verklaringen, netwerken, bewustwordingstrajecten, subsidies, bijeenkomsten, taskforces, het is allemaal geprobeerd in de afgelopen twintig jaar maar het aantal topvrouwen nam niet toe.’

Marike Stellinga: 'Niet iedereen wíl naar de top'

Mevrouw Stellinga, wat vindt u van een quotum voor vrouwen aan de top?
‘Een quotum is principieel onjuist. Het is een ontzettende beperking van de vrije werking van de arbeidsmarkt en een ongelofelijk botte maatregel om zonder aanziens des bedrijf te hanteren. Neem Nedstaal, een typisch mannenbedrijf waar Caroline Princen - jawel, een vrouw - tot voor kort aan het hoofd stond. Zij zei: “Als er een quotum komt, dan halen wij dat nooit”. De overheid zou alleen een quotum mogen gebruiken als er bewijzen zijn voor discriminatie. En weet je waarom in Amerika quota niet zijn toegestaan op universiteiten? Omdat selectie op basis van sekse per definitie discriminatie is.’

In Noorwegen is het quotum een groot succes, volgens mevrouw Günel.
‘Zij definieert succes als het vullen van een quotum. Maar de vraag is niet of het quotum gevuld is, de vraag is of de vrouwelijke kandidaat even competent is als de mannelijke. Als er 6000 vrouwen en 100.000 mannen geschikt zijn voor een functie, dan is het toch logisch dat er vaker een man wordt aangenomen?’

Bedrijven met meer diversiteit in de top doen het beter.
‘Het is helemaal niet duidelijk of die bedrijven winstgevender zijn doordat er meer vrouwen in de top zitten, of dat vrouwen meer dan mannen op zoek gaan naar winstgevende bedrijven om bij te werken.’

Mevrouw Günel zegt dat het vrouwen niet lukt de huidige masculiene bedrijfsculturen te doorbreken.
‘Dat is seksistisch. Mevrouw Günel dicht alle vrouwen dezelfde eigenschappen toe, maar ik mag toch hopen dat ik niet hetzelfde ben als de helft van de bevolking. Ik dacht dat het feminisme er juist voor had gezorgd dat vrouwen als individuen worden behandeld.’

Maar vindt u niet ook dat er iets gedaan moet worden aan het lage aantal topvrouwen in Nederland?
‘Het is helemaal niet slecht gesteld met de topvrouwen in Nederland. Je moet bedenken dat vrouwen pas in de jaren '90 massaal aan het werk gingen. Als je nu het aantal topvrouwen afzet tegen het aantal vrouwen dat voltijd werkt, dan heb je relatief gezien een hoger aantal dan wanneer je dezelfde rekensom maakt bij mannen. De reden voor het lage aantal topvrouwen is dat driekwart van de Nederlandse vrouwen in deeltijd werkt. Niet iedereen wíl aan de top staan. In het boek Tien maal top van Inca van Uuden worden duizend hoogopgeleide werkende vrouwen geïnterviewd. Het gros daarvan geeft aan geen baan aan de top te ambiëren en maar liefst 75 procent is tegen een quotum.’

Door Loes Evers

05 Oktober om 14:44 uur