Carp*

Column: Angry Birds

Angry Birds

Ricky Petrignani werkt voor een duurzame projectontwikkelaar, heeft een eigen technologiebedrijfje, twee jonge dochters en een vrouw met een geheel eigen carrière. Voor Carp* schrijft hij een column over de dagelijkse strijd tussen werk en privé, geïnspireerd door de komst van nieuwe gadgets en ideeën.

“Weet je waarom ze zo angry zijn, die birds?” vroeg mijn vrouw. Het was zondagavond. Ze was het weekend ziek geweest, had dagenlang op bed gelegen en dan gebeuren dit soort dingen. Ga je opeens weer computerspelletjes spelen. Ze hield vooral van “Angry Birds” op haar iPhone.

“Nee, vertel.” Ik wilde eigenlijk net een film gaan kijken op Film1, maar goed. Dit verhaal wilde ik wel horen. Ik had het spelletje zelf ook uitgeprobeerd die dag en er zat wel wat in, in het katapulteren van boze vogels om groene biggetjes dood te maken.

“Die varkentjes hebben dus hun eieren gestolen. Je kunt dat zien in zo’n voorfilmpje. En je ziet ook dat als het niet lukt om ze allemaal dood te maken, dat ze dít doen.” Mijn vrouw keek eerst serieus en toen kwam er langzaam een gemene glimlach op haar gezicht. Zo van ‘screw you, ik heb nog steeds je eieren’.

“Oh, dat had ik gemist.”

Daar zaten we. Twee dertigers, even actief in de wereld van tieners. De een wilde de animatiefilm ‘Monsters vs. Aliens’ aan zetten, over een levende gelei, een geleerde kakkerlak en een vrouw van vijftien verdiepingen die buitenaardse robots moesten verslaan, en de ander was zelf al de strijd aangegaan met gemene, groene varkens die zich schuilhielden in versterkte kastelen.

Moest kunnen. Het hele weekend hadden we van minuut tot minuut gewaakt over het welzijn van ons kroost en de volgende dag moesten we op de werkvloer weer door met proberen rijk te worden en belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen te doen. Zondagavond is onze KRO Kindertijd.

Wat dat betreft was mijn BlackBerry toch wel een beetje te serieus. Er stonden niet echt kinderspelletjes op. Eerder op de dag had ik mijn oudste dochter (2) willen inleiden in de virtuele wereld achter gadgets maar dat ging een beetje moeilijk met Word Mole (woorden maken), Texas Hold’Em King 2 (poker) en Sudoku (cijfertjes). Alleen BrickBreaker, steentjes kapotschieten, hield ze een paar minuten uit.

“Nee, papa, eerst die!”

“Ja, $#%^, dat probeer ik!”

Dus toen maar de iPhone gepakt en haar op de hoogte gebracht van het verschil tussen scherfbomvogels, hoge snelheid kamikaze vogels, ontploffende kamikaze vogels en vogels die explosieve eieren kunnen laten vallen. Ze wilde zelf ook graag de katapult besturen maar haar motoriek en precisie zijn onvoldoende ontwikkeld. In plaats van schieten (je vinger op de vogel, naar achteren bewegen en loslaten), veegde ze over het scherm waardoor als het ware de bladzijde werd omgeslagen en we weer in de ogen van de sneaky pigs staarden. Of ze duwde de vogel van de katapult af waardoor hij, kon ik me zo voorstellen, nog bozer werd.

“Denk je dat mijn lichaam dit aan kan?,” vroeg mijn vrouw. Ik werd uit mijn overpeinzingen getrokken door een uitgestoken hand met daarin een BonBonBloc Bouchée van Côte d’Or in een opengemaakte wikkel. Of ze dat al zou moeten eten zo kort na haar ziekte.

“Nee,” zei ik, en stak het ding in mijn mond.

We waren tenslotte weer even pubers.

17 Augustus om 10:23 uur