Een loopbaan lijkt steeds meer op het bedrijven van topsport. Zodra de recessie over is, zal er harder dan ooit worden getrokken aan de high potential. Carina Benninga is oud-hockeyinternational en directeur bij Van Ede & Partners, leert ons hoe we beter kunnen omgaan met de druk van het presteren.
Een loopbaan lijkt steeds meer op het bedrijven van topsport. De gekte op de arbeidsmarkt dwingt jonge werknemers om voortdurend te presteren. Nu heerst er relatieve rust, maar zodra de recessie over is, zal er harder dan ooit worden getrokken aan de high potentials. Zowel werkgevers als werknemers kunnen leren beter om te gaan met de druk van het presteren.
Vooral pas afgestudeerden denken alles aan te kunnen en worden snel in het diepe gegooid. Het talent put zichzelf uit door constant onder hoge druk te willen presteren, zonder dat iemand op de rem trapt. Bij accountants, advocaten, consultants en in de top van het bankwezen is dit goed zichtbaar. Inherent aan de hoge verwachtingen van de werkgever en de keuzestress neemt het aantal burn-outs toe. De balans is volledig zoek als men een paar jaar aan het werk is. Dit wordt veroorzaakt door het leunen op het talent van de werknemer. Talent alleen maakt werknemers kansloos. Van de talentvolle werknemer wordt verwacht dat hij presteert als een topsporter, maar hij krijgt niet de aandacht die de topsporter wel krijgt.
Continu presteren in de topsport is onmogelijk. Topsporters maken gebruik van een schema waarbij ze naar een piekmoment toe werken. Het proces voorafgaand aan de prestatie wordt goed in de gaten gehouden. Sporters die te hard of te veel trainen, lopen blessures op. Ze trainen alleen op 100 procent als ze zich goed voelen. Gaat het minder, dan wordt het schema aangepast. Werknemers kiezen een verkeerde ‘trainingsopbouw’, of sterker nog, geen trainingsopbouw. Om een burn-out te voorkomen, moeten werknemers een wedstrijdschema volgen waarmee ze optimaal kunnen presteren.
oor werkgevers is het van belang om focus centraal te stellen. De topsporter leert dat van jongs af aan, maar in het bedrijfsleven gebeurt dat niet. Werkgevers die zorgen voor focus, creëren een positieve sfeer waarin de high potential beter kan presteren. Hierdoor zijn ze beter in staat om het talent voor de organisatie te behouden.
Een topsporter heeft de luxe van een team van specialisten. De sportarts, diëtist en mental coach houden de fysieke, mentale en emotionele gesteldheid van de topsporter in de gaten. Op de werkvloer is dat een lastig verhaal. Je kunt als werknemer niet verwachten dat de werkgever een team aanstelt om jouw fitheid in de gaten te houden. Een manager moet dus tijd en aandacht besteden om te kijken hoe hij zijn mensen optimaal kan inzetten zonder dat ze worden overbelast. In het bedrijfsleven hebben veel topmanagers de beschikking over een coach. Deze coach dient als klankbord, biedt verdieping en zorgt dat de topmanager in balans blijft.
De high potential kan de coach gebruiken om zijn schema te bepalen. Factoren als doorzettingsvermogen, discipline, bereidheid om te leren, mentaliteit en emotionele bagage zijn essentieel om in balans te blijven en te slagen. De balans is subjectief, omdat het verschilt van mens tot mens. Het is dus zaak om vooral dichtbij jezelf te blijven.
Carina Benninga is oud-hockeyinternational en won meerdere malen het wereldkampioenschap, daarnaast was ze actief op drie Olympische Spelen (1984, 1988 en 1992). Sinds 2002 is ze directeur bij Van Ede & Partners, een organisatie voor loopbaanbegeleiding en outplacement