Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp* 's lands eerste arbeidsmarktfeuilleton.
De ochtend na de avond ervoor zat de groep met kleine oogjes en hard houten hoofden voor zich uit te staren. De training stond op het punt van beginnen. Tamelijk laat geworden, zullen we maar zeggen. Splinter wist niet waarom, maar altijd verliet hij het zinkende schip, zinkend in een meer van bier en wijn als laatste: rond 5 uur was-ie gecrasht in z’n hotelbed. En nu was het 10 over 9 in de ochtend. Jammer, dat was het woord.
Marloes stond op een flap te schrijven en de acteur schepte suiker in z’n koffie. Dat was het stilleven waar de verdoofde groep de ogen op gericht had. Af en toe mompelden de acteur en de mooie trainster iets tegen elkaar, waarbij de mooie trainster zich naar de acteur boog en haar hand steeds even op z’n schouder legde.
‘Zo! Goedemorgen!’ begon Marloes de dag voortvarend. ‘Hoe is het met jullie?’ Een dof gemompel steeg op uit de groep. Met moeite kwamen een aantal overeind. Lotte, het strenge meisje, dat toch best lief en kwetsbaar en zacht was gebleken, schoot op van haar stoel en rende met een hand voor haar mond de ruimte uit. De scrambled egg was blijkbaar in opstand gekomen. Lullig.
Marloes keek met een glimlach naar de deur waar Lotte verdwenen was. ‘Die redt zichzelf wel, denk ik?’ Het doffe gemompel steeg wederom op uit de groep. ‘Goed… Was het een zware nacht?’ Iedereen knikte. ‘Dan treft het, want vandaag gaat het motivatiegesprek centraal! Jullie hebben vast wel eens een medewerker gehad waarvan je dacht: die zit niet lekker in z’n vel. Doet wat hij moet doen, maar daar blijft het dan ook bij. Hoe krijg je zo’n medewerker letter en figuurlijk dan aan de praat, dat is de focus van deze morgen.’
Jeffrey, één van de groepsleden, wilde dit wel even oefenen. Hij was zelf een nogal druk baasje, type Wesley Sneijder. Hij ging een rollenspel doen, met een timide medewerker die niet lekker in z’n vel zat. Jeffrey begon direct te lullen als brugman tegen de acteur die er zoals afgesproken nogal timide bij zat. Meerdere keren zei Jeffrey: ‘Je weet, ik ben er gewoon voor je. Mijn deur staat altijd open.
Ik ben er voor je, weet je. Je kunt bij mij altijd, ik zeg altijd, terecht! En mijn 06 heb je! En hoe is het met de volleybalclub?’ Dat laatste was niet als een grap bedoeld, maar toch lag de groep in een deuk. De acteur op zijn beurt zweeg als het graf en staarde naar de grond. Splinter vond dit raar, want het klonk best overtuigend, behalve dat laatste dan. Het klonk een beetje zoals Ratelband ooit klonk! Toen ie nog leefde. Of, dacht Splinter toen, is die niet dood?
Jeffrey keek hulpeloos naar Marloes en het rollenspel werd stopgezet. ‘En? Hoe ging het?’ Jeffrey haalde z’n schouders op. ‘Ja, zo doe ik dat altijd. Ook bij de F’jes. En die F-jes doen dan altijd precies wat ik zeg. Dus. ’
Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl