Carp*

Splinter: Iedereen ligt in de kreukels

Iedereen ligt in de kreukels

Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp* 's lands eerste arbeidsmarktfeuilleton

 ‘En Splinter, wat gebeurde er nu precies die middag in het hotel?’ Robbert-Jan de therapeut keek Splinter onderzoekend aan. Splinter staarde naar de tissues op het tafeltje tussen hen in. Hij had zich voorgenomen de therapeut hoe dan ook een lul te vinden.  Met z’n tissues.

In de wachtkamer van de praktijk had Splinter met verbazing om zich heen gekeken. Allemaal heel gewone mensen zaten met hem te wachten. Vlak voor hem zat een blond meisje van een jaar of 25:  topdecolleté, ze bladerde ongeïnteresseerd in een tijdschrift. Daarnaast zat een meneer, type hoger management: blokjes colbert, net gelakte schoenen met gesp en zo’n bril zonder montuur. Ging hij over z’n saaie jeugd praten? Of over z’n vrouw?

Het meisje met de topdecolleté had waarschijnlijk last van onzekerheid, god, hoe vaak Splinter dat wel niet gehoord had. Bloedje mooie mokkels die dan door de hele discotheek aanbeden worden en dan diep in de nacht thuis komen en hun eenzaamheid wegvreten met drie pakken stroopwafels en daarna de vinger in de keel steken. Dus je bent mooi, je bent slim, je maakt een praatje links en recht en toch word naar van onzekerheid. Hoe werkt dat?

Of misschien, ja, was het meisje met het topdecolleté wel een jonge consultant. Zo’n meisje dat als een jonge hond aan de slag gaat en na een half jaar compleet opgebrand in de ziektewet beland. Alles perfect willen doen, ’s avonds met de laptop op de bank nog adviesverslagen aftikken, bonkende koppijn, ’s nachts dromen van boze klanten. En je baas zegt dat je een High Potential bent. Halleluja.  Kun je als HiPo nog wel eens klassieke kuddag hebben? Kun je nog jong zijn? Iets leren? Iets niet kunnen? De getapte directeur zat ondertussen steeds op z’n klokje te kijken. Had hij misschien last van paniekaanvallen in de lift naar de directie kamer? Was z’n vrouw ‘m gepeerd omdat hij nooit thuis was? Porno verslaving? 

‘Splinter, ben je erbij?’ Robbert-Jan glimlachte. ‘Ik stelde je een vraag.’ Splinter zuchtte diep. Hij forceerde een lach. ‘Ik zat zojuist in die wachtkamer. Fascinerend om te zien. Heel de stad ligt in de kreukels. Iedereen is bang, in de war. Rennen en niet weten dat je rent. Mij hoor je niet zeggen dat het welvaartziekten zijn. ‘Jezelf voorbij lopen?’ zo heet dat toch? En wat betekent dat eigenlijk? Wanneer was het de laatste keer dat ik met mijzelf opliep? De mensen in mijn team zijn net zo. Erkenning dat willen ze. Tegen een hond kun je zeggen: niet springen, niet springen, maar tegen een medewerker, wat zeg je dan? Weet je hoe die meid met die decolleté heet? Of is dat beroepsgeheim? Ik moet natuurlijk zeggen wat ik hier kom doen. Tsja. Ze wilden dat ik mensen ging aansturen. Leidinggeven. Ik zei ‘ja’. Omdat ik bijna ging kotsen bij de gedachte dat ik ‘nee’ zou zeggen. Want je moet namelijk alles kunnen. Dat is zó 2010. Alles kunnen… Alles aan kunnen vooral. Onvermoeibaar.’

Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl
 @johanstevens

10 Maart om 13:51 uur