Werkende mantelzorgers - iemand die minstens acht uur per week en/of voor een periode van minimaal drie maanden zorgt voor een chronische zieke, gehandicapte of hulpbehoevende naaste - vormen onmisbaar kapitaal voor een betrokken, zorgzame samenleving. Aldus SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan.
Rinnooy Kan (foto) deed zijn oproep voor meer aandacht voor mantelzorgers toepasselijk tijdens de 4e Nationale Mantelzorglezing, afgelopen vrijdag georganiseerd door Mezzo (Landelijke Vereniging voor Mantelzorgers en Vrijwilligerszorg) en Expertisecentrum Mantelzorg. Hij vertelde dat 71 procent van de mantelzorgers onder de 65 jaar betaald werk heeft. In 2007 zijn daarvan 50.000 tot 100.000 werkende mantelzorgers minder gaan werken of gestopt met werken, omdat de combinatie van werk en langdurige intensieve zorg voor een ander hen te zwaar werd.
Rinnooy Kan: ‘De vraag naar mantelzorg stijgt de komende jaren alleen al door de vergrijzing . Tegelijkertijd hebben meer mantelzorgers - vooral vrouwen en ouderen - een baan. De combinatie van werken en zorgen voor je naaste moet daarom goed worden gefaciliteerd. Dat is belangrijk voor de mantelzorger, maar ook een bedrijfsbelang want zo kan ziekteverzuim en uitval worden voorkomen.’
Organisaties hebben volgens Rinnooy Kan verschillende mogelijkheden om de combinatie van werk en mantelzorg te ondersteunen. ‘Werkende mantelzorgers hebben vooral behoefte aan structurele maatwerkoplossingen zoals flexibiliteit van werktijden en werkplek. Maar alles begint met het bespreekbaar maken van mantelzorg op het werk. Dat vraagt om een bedrijfscultuur met begrip en respect daarvoor.’ Ook helpt het volgens hem als publieke diensten en zorgvoorzieningen een avondopenstelling zouden kennen, ‘zodat je na werktijd je vader naar het ziekenhuis kunt begeleiden’.