Jonge managers laten zich te veel leiden door carrière, inkomen en status en missen verantwoordelijkheidsgevoel en respect. Normen en waarden moeten daarom meer aandacht krijgen in het HBO-WO onderwijs, aldus KPMG.
De ethische vorming van studenten aan hogere onderwijsinstellingen is volgens een op de drie Nederlandse bedrijven onder de maat, zo blijkt uit onderzoek van KPMG. De helft van de bedrijven signaleert dit probleem niet. Ruim veertig procent van de onderzochte bedrijven geeft aan de afgelopen twee jaar afscheid te hebben genomen van 'high potentials' wegens een gebrek aan de juiste normen en waarden.
Uit het onderzoek blijkt verder dat er ethische verschillen zijn tussen jongere en oudere managers. Veertig procent geeft aan dat jonge managers minder strikt zijn. Vrouwen zijn volgens de bedrijven strikter in ethische kwesties dan hun mannelijke collega's.
De laatste tijd wordt vaak gepleit voor moreel leiderschap, ook bij bedrijven. ‘Er is echter geen enkele regel die gewenst gedrag van mensen kan afdwingen’, zegt Philip Wallage van KPMG. ‘Nieuwe regels kunnen ook niet voorkomen dat niet wenselijk gedrag zoals hebzucht en eigenbelang door mensen worden vertoond.’ Het gaat volgens hem dan ook niet zozeer om regels, maar om vertrouwen, integriteit, cultuur en ethiek, vooral aan de top van de organisatie.
[Bron: De Pers]
Ondernemers en managers met een actieve onafhankelijke persoonlijkheid hebben onder stress en asociale persoonlijkheid en onder chronische stress of ernstige stress een paranoïde persoonlijkheid (oorzaak van de credietcrisis).
Respectvol (moreel) gedrag zijn uitingen van ambivalente persoonlijkheden doch niet van onafhankelijke persoonlijkheden. Het is begrijpelijk dat 'leidinggevend nederland/wereld' er nog steeds niet aan wil dat persoonlijkheid en daaraan gekoppelde gedragsuitingen genetisch bepaald zijn (niet veranderbaar, wel aanpasbaar), immers onafhankelijke personen laten zich niet spiegelen. 'Moreel leiderschap' is dus een contradictio in terminis. Of zoals de koningin in Alice in Wonderland zingt: 'we verven de rozen rood'. In een innovatieve, nieuwsgierigheid prikkelende samenleving bestaat behoefte aan 'ondersteunend leiderschap' dat inzicht kan verschaffen in motieven en streven naar individuele schoonheid, vakmanschap en meesterschap en de afstemming daarvan op het collectieve geheel.
De publicatie van het KMPG-onderzoek naar ‘het moreel besef van jonge managers’ was voor ons, jonge managers van ORMIT, aanleiding voor een discussie over de rol van de werkgever, ‘nieuw’ leiderschap en het vakgebied management.
Uit het KPMG onderzoek blijkt dat ruim 90% van de bedrijven vindt dat het onderwijs een belangrijke rol heeft in de ethische en morele vorming van hun studenten. Naast onderwijs zijn wij van mening dat er ook een belangrijke rol weggelegd is voor organisaties die jonge managers in dienst nemen. Het begin van de carrière vormt een uitstekende mogelijkheid om jonge mensen ethisch en moreel te vormen. Binnen het Management development programma van ORMIT wordt naar onze mening zeer succesvol invulling gegeven aan deze rol. Wij volgen een intensief ontwikkelprogramma dat sterk gericht is op het ontwikkelen van zelfinzicht, coaching, organisatiesensitiviteit en verbindend handelen. Door dit ontwikkelprogramma en de praktijkervaring van 3 a 4 opdrachten, durven wij te stellen dat ORMIT trainees niet vallen binnen de categorie waarover het onderzoek van KPMG spreekt. Wij zijn managers met kenmerken van het veelbesproken ‘nieuwe’ leiderschap: zelfbewuste, energieke, coachende, mens- en resultaatgerichte, flexibele managers. ORMIT heeft het doel haar trainees gelukkig, effectief en succesvol te laten zijn.
Harvard-professoren willen management ontwikkelen tot een echte professie. En daarmee beogen zij dat managers, net als bijvoorbeeld artsen en advocaten, zich moeten binden aan heldere ethische richtlijnen. Harvard heeft daartoe een eed geformuleerd, die bij het afstuderen door de manager in spé ondertekend wordt. ORMIT is in navolging van Harvard ook bezig met het formuleren van een eed waarin haar trainees ethische beloftes doen om het managementvak naar eer en geweten invulling te geven. Wij vroegen een aantal mensen binnen ORMIT: ‘Is de oplossing voor dit vraagstuk dan zo simpel?’ Uit het onderzoek van KPMG blijkt namelijk dat gedragscodes niet kunnen voorkomen dat onwenselijk gedrag zoals hebzucht en eigen belang worden vertoond. Het voorkomen van ongewenst gedrag is geen kwestie van het opstellen van regels. Het gaat om vertrouwen, integriteit, cultuur en ethiek, met name in de top van de organisatie. Ook ORMIT is zich ervan bewust dat het afleggen van een eed niet per se leidt tot ethisch handelen bij de uitoefening van het vak. Ethisch en moreel besef zitten ook in de vezels en de cultuur van het bedrijf. De ORMIT eed wordt dus het resultaat van een tweejarig ontwikkelprogramma waarin vele elementen van moreel besef verankerd en verder ontwikkeld zijn. Daarmee is de eed als écht waarde(n)vol te beschouwen.
we worden steeds asocialer...