Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp*'s lands eerste arbeidsmarktfeuilleton
Als een bezetene had Splinter z’n spullen bij elkaar gegrist. Weg moest hij. Weg van deze schandalige misser, van Marloes die godbetere het was gaan huilen… van het hotel, weg… Z’n jas, z’n koffer, wat had hij nog meer bij zich? Hij sprong in de auto en bedacht zich dat hij in ‘t hotel was vergeten uit te checken, maar what the fuck… Splinter scheurde richting slagbomen die niet direct open gingen en omzeilde ze door over het besneeuwde gazon te scheuren. Wat had hij gedaan?!
Laaiend stond hij een klein uur later oog in oog met Tom, zijn leidinggevende, die er beduusd bij stond. Splinter voelde het hart in z’n keel kloppen.
‘ Jij… jij… vond het zo nodig dat ik leidinggevende werd. Jij moest mij zo nodig voor je karretje spannen, terwijl je had kunnen zien dat ik dat niet wilde. Dat ik dat niet kon! Je had het kunnen zien. En ja, dan zeggen ze natuurlijk dat ik voor mijzelf moet opkomen. Dat ik duidelijk moet zijn in wat ik wel of niet wil. Dat heb ik gedaan! Dat heb ik gedaan! Hoor je wat ik zeg! DAT HEB IK GEDAAN! Misschien dat ik het niet met zoveel woorden… maar je had het absoluut moeten zien. Jij hebt mij gek gemaakt, weet je dat? Jij hebt helemaal tot op de bodem kapot gemaakt. Van binnenuit uithollen, noemen ze dat. Iemand op een plek zetten waar hij totaal niet past en welkom mister fucking Burn-out…’ Splinter haalde een moment adem. ‘Ik heb die… die Marloes gezoend. Ik moet naar huis.’ Tom schraapte z’n keel. ‘Splinter, wat is er in godsnaam gebeurd? Wat… Laten we hoe dan ook in elk geval even gaan zitten. En koffie. Drink een koffie.’
Tom ging zitten, Splinter bleef staan. Een diepe zucht richting plafond. ‘Vanaf nu doe ik alleen nog wat ik wil…’
‘Splinter, hou op met deze onzin. Hou er mee op. We drinken koffie, je legt me uit wat er is gebeurd’
Splinter liep naar de deur. ‘Nu doe je het weer. Je luistert niet. Je luistert nooit. Weet je dat je op mijn vader lijkt. Ik weet niet: iets in je stem. Ik moet gaan. Ik moet naar Natas. Die heeft altijd goede raad. Weet je Tom, dat zij de enige is die mij begrijpt?’
‘Splinter…’ Tom raakte nu geïrriteerd. ‘je doet nu wat ik zeg, jij blijft zitten, jij gaat helemaal niet…’ Splinter was de gang op gelopen, zonder Tom uit te laten praten. Een paar van zijn mensen stonden daar op de gang, Splinter vond het lijken op een erehaag. Een paar meiden keken bedrukt naar Splinter en schudden hun hoofd. Splinter voelde zich raar in z’n hoofd, een film leek het. Hij liep naar de grote hal, de ontvangsthal met z’n marmeren vloer waar iedereen de indruk moest krijgen dat dit bedrijf een mooie, solide organisatie was.
En midden in de grote ontvangsthal zag Splinter daar plots Natas staan. De autosleutels in de hand en haar mond open. Splinter zakte op de grond.
Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl