Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp* 's lands eerste arbeidsmarktfeuilleton.
Splinter had het verdikkeme graag op video gezet: de totale ontzetting, de verwarring, het diepe verdriet en de trotse relativering. Alle grimassen die hij gezien had de laatste 5 dagen. Monden gingen open van verbazing, tranen werden met man en macht ingehouden, doorgeslikt of weg gekletst. ‘Helaas moet ik je zeggen dat je contract stopt. Over 8 weken is het afgelopen.’ Splinter zou het ’s avonds thuis kijken. Richard die keihard begon te lachen en joviaal een high five had gegeven aan Splinter. Wat had hem bezield? En erger, wat had Splinter bezield: werktuigelijk had hij z’n hand omhoog gedaan: klets! De high five was een feit.
En dan Ellen die Splinter had aangekeken, uitdrukkingsloos, minutenlang. En toen had gefluisterd: ok, jammer. Haar ingehouden woede maakte de spanning ondraaglijk. Die trillende onderlip. Ze kon elk moment hysterisch uitvallen, maar vooral dat ze dat niet deed… huiveringwekkend. En dan Mart en Fokko. Volslagen identieke reactie: ‘What the fuck? What the fuck?’ Handen achter het hoofd en starend naar ’t plafond. Gelaten bijna. En toen nog een keer of wat, als een repeterende langspeelplaat. ‘What the fuck…’ O, en niet vergeten: Stef. Stef die ’t volkomen sportief oppakte. Haast te sportief. Hij knikte, zei heel correct: ‘dit raakt me natuurlijk wel, maar van mijn kant alle begrip voor de verdraaid lastige situatie waarin ons bedrijf zich verkeerd.’ De dag erna had hij zich ziek gemeld. Fascinerend hoe de mensen met teleurstelling omgaan. Hij herinnerde van z’n vader vroeger dat hij bij tegenslag altijd in de tuin ging schoffelen. Geen plant overleefde dit.
Hadden zijn mensen net als Splinter ook altijd het gevoel dat hen ooit een rozentuin beloofd was? Splinter was daar natuurlijk behoorlijk van teruggekomen, maar toch: nog altijd droomde hij dat Het Allemaal Goed Zou Komen. Wat dan precies? Alles! En dat het goed zou komen betekende wat Splinter betreft: het hele leven één warm bad. Met minstens 2 x seks in de week en voor de rest vrede op aarde en altijd met iedereen vrienden. En ondanks uiteenlopende tegenslagen, leek hij steeds niet echt voorbereid op teleurstelling, net als de mensen aan wie hij het slechte nieuws had gebracht. Het kwam onverwacht alsof het leven je in de rug steekt. Maar hoe naïef kon je zijn?
Hoe gingen de mensen nu verder? De jongeren zouden het redden. Met rechte rug en klamme handen ’t ene na ’t andere sollicitatiegesprek.
‘M’n sterke punten? Nou, ik denk, nee, ik weet zeker, dat ik heel goed met mensen ben. Ik voel mensen aan, om niet te zeggen dat ik dwars door ze heen kijk. En… ik ben pro-actief. Ja, ik ben… Ik spring op alle vuurhaarden af, ongecontroleerd soms, maar daar ben ik jong voor. Dat is mijn zogenaamde ontwikkelpunt. En dat, dat meneer, dat mevrouw, vind ik zo woest aantrekkelijk aan uw organisatie. Dat er ruimte is voor ontwikkeling.’
Splinter kon wel janken van geluk dat dit hem bespaard bleef. Die vreselijke zelfverheerlijking. Nee, hij bleef zitten waar hij zat. En hij verroerde zich niet.
Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl
@johanstevens