Carp*

Splinter: Wie is Splinter?!

Wie is Splinter?!

Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp*  's lands eerste arbeidsmarktfeuilleton

Een coach. Splinter kon een coach krijgen. Hadden ze gezegd van personeelszaken. Daar werkt zo’n tuthola met een traumatisch verleden. Niet dat ze dat ooit verteld heeft, dat ze een traumatisch verleden heeft, maar je ziet het in d’r ogen. ‘Je kan een coach krijgen om over je problemen te praten.’ Een coach. Hij had liever een pak rammel gekregen, in plaats van een coach. Een schop voor z’n kont. 20 stokslagen. Een nekschot. 

Thuis was het er al even soft aan toegegaan. Natas had hem die avond mee uit eten genomen! Die avond nadat hij de mooie trainster Marloes had gezoend. Nou, ja… gezoend… Hij had zijn lippen op wat gewelddadig op de hare gedrukt. Dus in plaats van dat Natas het hele servies door de kamer had geflikkerd en de flatscreen HD van het balkon had gekieperd, ja, zelfs was gaan slaan en schoppen en z’n ogen er uit had gekrabd, nam ze hem mee uit eten. Dus kortom, je gaat keihard vreemd op je werk (want zoenen is absoluut vreemdgaan vond Splinter) en je vriendinnetje neemt je mee uit eten. Is dat niet hetzelfde als tegen een hond ‘braaf!’ roepen terwijl hij nogal fanatiek in je bloederige kuiten staat te bijten?

Maar nog voor het dessert was de aap uit de mouw gekomen. Natas legde haar hand op die van Splinter, de kaars tussen hen verlichtte de scène prachtig romantisch. Elk moment kon de stem van De Hypotheker uit de boxen schallen.

‘Splinter, ik denk dat het goed is dat je met iemand gaat praten. Gewoon eens rustig met iemand die, ja… kijk heeft op dit soort dingen.’ Splinter had er niet op gereageerd. Toen de serveerster voorbij kwam had-ie gevraagd om zo’n halve liter bier. Of ze die toevallig hadden.

Natas was onverstoorbaar doorgegaan. ‘Het lijkt erop dat je aan het weglopen bent, voor… voor allerlei dingen. Ik weet eigenlijk niet eens waarvoor. Ik mis je Splinter. Je bent zo ver weg, ook voor mij…’

De vrolijke serveerster zette de pul bier op tafel. Splinter zag twee dikke tranen bij  Natas opwellen. ‘Lieve Splinter… met wie heb ik een relatie als diegene niet kan kiezen?’ Haar stem klonk zacht en breekbaar. ‘Met iemand die alles voor een ander doet. Ik dacht dat je echt leidinggevende wilde worden. Ook om meer zelfvertrouwen te krijgen. Waarom zeg je het niet? Waarom niet?’ En toen, Splinter had er geen weerstand meer tegen, voelde ook hij de tranen opwellen. Hij zag z’n mooie vriendinnetje daar zitten en er brak iets in hem. ‘Ik weet het niet. Het is leeg van binnen. En vol in mijn hoofd.’

Natas staarde naar het witte tafelkleed en speelde met haar lepel. ‘Maar wat zit er allemaal in dat hoofd, dan?’

Splinter haalde z’n schouders op. ‘Splinter… als jij je schouders blijft ophalen op de momenten dat het er echt toe doet… Ik wil dat niet, echt niet.’

Splinters hoofd tolde en voor hij er erg in had haalde hij z’n schouders nog eens op.

Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl
 @johanstevens

23 Februari om 13:44 uur