Splinter is een jonge werknemer met potentie, die door zijn leidinggevende Tom plots naar voren is geschoven als leidinggevende van een Salesteam. De onzekere Splinter ziet dit helemaal niet zitten, maar laat zich onder de voet lopen door Tom: van de ene op de andere dag geeft hij leiding. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Een team managen? Cabaretier, Trainingsacteur en Columnist Johan Stevens (1975) schrijft exclusief voor Carp* 's lands eerste arbeidsmarktfeuilleton
Die nacht hadden Splinter en Natas apart geslapen. En dat terwijl Splinter net zo zin had om alle shit eens goed van zich af te seksen. Direct toen ze thuis kwamen – de jassen waren nog niet uit - had Natas het gezegd. Met tranen in haar ogen fluisterde ze: we slapen vannacht apart, ik ga wel op het logeerkamertje…
Dus uiteindelijk was het natuurlijk Splinter die naar het logeerkamertje was gedegradeerd. Hij lag met z’n ogen wijd open naar het plafond te staren. De slaap was ver weg. Splinter moest iets verzinnen, hij moest iets doen. Z’n vriendinnetje wilde dat hij in therapie ging en z’n werkgever wilde dat hij een coach zocht. Kort en goed: dit waren weer dingen die anderen van hem verwachtten. Zou het niet heel slim zijn om nu juist keihard ‘nee’ te zeggen?! Dan had hij toch precies gedaan wat die hele therapie moest bewerkstelligen? Kiezen! Nee zeggen. ‘Ik, Splinter van Dalen, kies er voor om niet in therapie te gaan of met iemand te gaan praten. Dikke doei, drie bier!’ Tsja… hij zou z’n baan kwijt raken en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid Natas.
Wie had dat nu ook alweer gezegd? ‘Geen keuze maken is ook een keuze.’ De titel van z’n leven. Op z’n 18e was hij de HES op geduwd door z’n vader. Hij vulde het inschrijfformulier in moest kotsen toen hij het op de bus deed. Splinter had alle punten gehaald in die vier jaar, heel netjes, en z’n pa stond trots te glimmen bij de diploma uitreiking. Hij klapte z’n handen stuk en riep luidruchtig ‘bravo’! Splinter had hem toen in z’n gezicht willen slaan. Ook had Splinter jaren op tennis gezeten, terwijl hij het haatte.
En, nog iets, waarom had Splinter eigenlijk zo’n hekel aan ‘praten’? Dat is toch heel normaal tegenwoordig? Sinds we geen honger meer hebben of cholera heeft iedereen toch een ‘issue’ met z’n pa? Iemand zei ooit tegen hem: als je bijvoorbeeld eczeem in je knieholte hebt doe je er toch ook meteen een zalfje op? Als je dus eczeem op je ziel hebt, wat ook als de tering jeukt, ja, je zou er haast bang van worden, zoals dat jeukt, dan is dus de psych het zalfje! En als het goed is leert de psych je je eigen zalfje zijn.’ Dat laatste had Splinter niet begrepen, voor de rest klonk het logisch.
Splinter belde aan bij de psycholoog. Een immense man deed open. Hij begon als een dolle te applaudisseren. Hij keek Splinter doordringend aan en z’n glimlach veranderde snel in een bulderende lach. ‘Jij, hier?’ proestte de psycholoog. De psycholoog kwam naar voren en pakte Splinters hoofd en kuste Splinter vol op z’n mond. ‘Nee,’ schreeuwde Splinter, ‘ik wil dit niet!’ ‘Kijk, dit is nee zeggen’, zei de psych. ‘Het komt goed, rustig maar, het komt goed.’ Splinter schudde z’n hoofd. Hij deed z’n ogen open. Hij lag zwetend op bed en Natas zat naast hem. Ze keek hem bezorgd aan. ‘Het komt goed, rustig maar…’
Johan Stevens (1975) is cabaretier, columnist en trainingsacteur. Hij schrijft elke week voor Carp.nl een vervolgverhaal over Splinter. Voor informatie en boekingen: www.johanstevens.nl
@johanstevens